Angststoornissen

Angststoornissen zijn veelvoorkomende psychiatrische aandoeningen, die veelal aanzienlijk lijden en belemmeringen met zich meebrengen en leiden tot een verminderde kwaliteit van leven.

Overzicht

Angst is een normale reactie op stress, zorgen of bedreiging – maar wanneer deze zeer hevig is, lang aanhoudt of niet in verhouding staat tot de omstandigheden, wordt het een angststoornis genoemd.

Er zijn verschillende vormen van een angststoornis, bijvoorbeeld gegeneraliseerde angststoornis, sociale angststoornis, paniekstoornis en obsessieve-compulsieve stoornis. Doordat een angststoornis iemands stemming, gedachten en gedrag beïnvloedt, kan het dagelijks leven thuis, op het werk of op school en in het maatschappelijke verkeer worden bemoeilijkt.

De oorzaak van angststoornissen is niet gekend. Er zijn echter wel bepaalde veranderingen in hersenfunctie die gelinkt kunnen worden met verschillende vormen van angststoornissen. Ook maatschappelijke omstandigheden en stress kunnen bijdragen aan het risico om een angststoornis te ontwikkelen.

Verschijnselen

Hoewel er variatie is tussen personen, kenmerken angststoornissen zich onder meer door symptomen van angst, innerlijke spanningen, prikkelbaarheid en concentratieproblemen, en lichamelijke klachten zoals droge mond, duizeligheid, gespannen spieren, transpireren en hartkloppingen – die allemaal interfereren met het dagelijks leven. Iemand kan aan meer dan één angststoornis tegelijk lijden en ook in combinatie met een andere stemmingsstoornis zoals depressie (zogeheten ‘comorbiditeit’). Angststoornissen en depressie komen vaak op hetzelfde moment voor.

Gegeneraliseerde angststoornis (GAS) betreft een niet-specifieke angst dat er iets vervelends zou kunnen gebeuren. Buitensporige en oncontroleerbare zorgen, angstgevoelens en spanning zijn kenmerkende verschijnselen, samen met lichamelijke verschijnselen zoals droge mond, klamme handen, transpireren of duizeligheid.

Sociale angststoornis (SAS) leidt ertoe dat mensen maatschappelijke situaties vrezen of vermijden. De persoon is bang dat hij of zij op een ontluisterende of gênante wijze zal reageren.

Paniekstoornis wordt gekenmerkt door plotselinge paniekaanvallen die gepaard gaan met duidelijke angst of nervositeit. Paniekstoornis kan ook lichamelijke verschijnselen omvatten zoals transpireren, pijn, hoofdpijn, een bonzend hart of een droge mond.

Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) veroorzaakt herhaalde, hinderlijke en ongewenste gedachten, die resulteren in onredelijke angsten (obsessies), bijvoorbeeld in relatie tot hygiëne, lichaamsafscheidingen of gezondheid. In reactie op deze angsten kunnen patiënten ook speciale rituelen (compulsies) uitvoeren, waaronder voortdurend wassen, schoonmaken, baden, steeds (opnieuw) controleren of een zeer streng dieet volgen.

Statistiek

Geschat wordt dat angststoornissen bij 5 tot 7% van de algehele populatie voorkomen en dat tot wel 29% van de mensen ten minste één keer in hun leven een angststoornis zal doormaken.1 In 2004 leden wereldwijd meer dan 28 miljoen mensen aan obsessieve-compulsieve stoornis en meer dan 30 miljoen mensen aan paniekstoornis.2

Angststoornissen komen zowel bij mannen als bij vrouwen over de hele wereld voor, maar de belasting als gevolg van de ziekte is bij vrouwen groter dan bij mannen.3

Diagnose en vragen om hulp

Er zijn veel behandelingen beschikbaar voor een effectieve aanpak van angststoornissen en persoonlijke ondersteuning door familie en vrienden is in alle stadia waardevol.

Tijdens een medisch consult zal een arts een angststoornis diagnosticeren door vragen te stellen over bepaalde verschijnselen, het dagelijks functioneren en de familiaire voorgeschiedenis. Er kan ook een lichamelijk onderzoek worden uitgevoerd om andere aandoeningen uit te sluiten. Als een angststoornis wordt bevestigd, worden behandelmogelijkheden overwogen zoals geneesmiddelen, counseling, maatschappelijke ondersteuning, lichaamsbeweging, ontspanning en zelfhulptechnieken.

In alle gevallen is het belangrijk dat professioneel advies wordt ingewonnen.

Referenties

  1. Baldwin, D.S. and Hirschfeld, R. M. A. (2005). Fast Facts: Depression, 2nd edn. Health Press, Oxford, UK.
  2. World Health Organization (2004). Prevalence for Selected Causes in WHO Regions, 2004. http://www.who.int/healthinfo/global_burden_disease/PREV6%202004.xls. Geraadpleegd 16/09/11.
  3. World Health Organization (2004). The Global Burden of Disease. 2004 Update. www.who.int/healthinfo/global_burden_disease/2004_report_update/en/index.html. Geraadpleegd 16/09/11.
Als u op deze link klikt verlaat u de website! Deze pagina's hebben hun eigen gebruikswijze. De regels voor databescherming zijn onderworpen aan verschillende normen, regels en wetten. Als u de website wil verlaten, klik OK, anders klik annuleren.Bedankt.